Met 140 hectare is Jan van Kempen eigenaar van een groot akkerbouwbedrijf. Het is een familiebedrijf dat van generatie op generatie over is gegaan. Er worden onder andere aardappelen, granen, mais en uien verbouwd voor de export. En er wordt graan verbouwd voor met name lokale afzet. Hij is met de frietaardappelen die op het bedrijf geproduceerd worden één van de leveranciers aan Aviko, het bekende frietmerk. Door corona en het tijdelijk sluiten van de horeca wordt er al maanden een stuk minder friet gegeten. Hierdoor is de prijs van de aardappelen enorm gedaald. Dat de impact van corona groot is voor de boeren mag duidelijk zijn.

We praten over wat er allemaal bij de bedrijfsvoering komt kijken. Naast het produceren van de producten komt er ook echt ondernemerschap bij kijken. Kennis van zaken en een groot netwerk zijn hierbij van belang. Jan is iemand die naar de toekomst kijkt en steeds nieuwe oplossingen bedenkt. Hij vertelt dat hij altijd meer ideeën heeft dan dat er in een etmaal passen. Bijvoorbeeld de kans om meer te doen met de merknaam ‘Beemster’. Bij het 400-jarig bestaan van de Beemster heeft hij ervoor gezorgd dat samen met Aviko 40 ton ‘Beemsterfrieten’ op de markt werd gebracht. Een mooi voorbeeld om het merk Beemster als productnaam verder op de kaart te zetten.

In het gesprek komt een aantal keer de regels van de overheid aan bod. Op landelijk niveau bijvoorbeeld wordt een andere weg ingeslagen ten aanzien van landbouwbeleid. Op provinciaal en gemeentelijk niveau is dit dan nog niet ingebed, waardoor je tegen regels aanloopt en hierin vastloopt. Dit remt de verandering, terwijl je daar juist pioniers voor nodig hebt. Dat is zonde.

Aan Jan vraag ik wat in zijn ogen belangrijk is voor de Beemster. Jan geeft aan dat de Beemster als Wereld Erfgoed mooi is, maar dat je er ook in kunt doorslaan. Als het betekent dat niks meer kan keert het zich tegen je. Terwijl de agrarische sector juist een belangrijk onderdeel vormt van het Wereld Erfgoed. In plaats van een bedreiging zou dat moeten worden gezien als kans. De werkwijze van de gemeente zou moeten worden afgestemd met die van de agrarische sector. Om samen op te trekken is overleg nodig. En verder: wees zuinig op alle vrijwilligers uit de Beemster. Soms ontstaan er spontane ideeën, dat is juist zo mooi. Je hebt overal een evenementenvergunning voor nodig. Let op dat je het niet te ingewikkeld maakt en hiermee het enthousiasme weghaalt bij vrijwilligers die dingen voor de gemeenschap organiseren. Tot slot: hou oog voor het buitengebied.

Tijdens een rondleiding op het bedrijf zie ik dat je een heel wagenpark nodig hebt met verschillende machines om het land te bewerken. Ik voel de harde Beemsterklei waar iedere dag mee gewerkt wordt en ervaar wat voor enorme opslag er nodig is voor een groot Akkerbedrijf. Een leerzame en hele leuke kennismaking.

Categorieën: Werkbezoek

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *