Boekhandel Het Leesteken organiseert regelmatig een Science Café. Naast de lezing over een boek en muziek is het gebruikelijk een gast te vragen om een gesproken column te verzorgen. Als nieuwe wethouder ging ik graag in op het verzoek om een column uit dragen op de avond. Het onderwerp van het Science Café waar ik mijn bijdrage aan zou leveren was: wolven. Het boek ‘De Kinderen van de Nacht’, over wolven en mensen van Dik van der Meulen, stond die avond centraal.  

Een lastig thema om een column over te schrijven, want van wolven weet ik niet veel af. In de uitnodiging kwam ik echter iets tegen wat me wel aansprak. De voorbeelden van de kinderverhalen waar wolven in voorkomen: Roodkapje, De wolf en de zeven geitjes, Peter en de wolf, Iezegrim de wolf uit Reynaert de Vos, en de grote boze Disneywolf.

Gesproken column: verhalen verbinden

We kennen het allemaal: het vertrouwde gevoel bij ouders of grootouders op schoot. Met een boek. Samen lezen. Over Kikker en zijn vrienden, over Vos en Haas en de avonturen die zij beleven, over Woezel en Pip en de sloddervos. Niet alleen het verhaal is belangrijk, maar ook het samen aandacht hebben voor één onderwerp. Het samen zijn. Samen de wereld even heel klein maken. Zo klein dat je alleen met je vader of moeder bent. Alleen met elkaar in een spannend verhaal.

Wat jammer is het dat we deze vaardigheid kwijtraken als we ouder worden. Zolang je kind bent, heb je het: opperste concentratie voor een verhaallijn, of dat nou is met een boek, een zelfbedacht verhaal of met speelgoed. Kinderen kunnen verdwalen in een verhaal. Het verhaal zelf wordt werkelijkheid, alles wordt mogelijk, niets is gek. Dieren veranderen in mensen en andersom, legoblokjes worden huizen en winkels en auto’s. Zelf zit een kind er middenin: één met het verhaal, met alles wat er gebeurt, helemaal opgegaan in één personage, weg van de buitenwereld. 

Bijzaak
En dan komt het moment dat kinderen alles zelf moeten kunnen, en trouwens ook vaak zelf wíllen kunnen. De wereld verbreedt zich. Op school zijn er steeds meer vakken die aandacht vragen, thuis zijn er steeds meer taken en belangstellingen waar je oog voor hebt. En daar, in die periode, raakt het op de achtergrond, ons verhaal wordt zomaar bijzaak.

Ook heeft u misschien, net als ik, herinneringen aan een dropping. Dat is voor stoere kinderen, die niet meer door hun ouders voorgelezen worden. Meestal is het een onderdeel van een schoolreis of een kinderkamp. Een groep jongeren die midden in de nacht losgelaten wordt in een bos, of op een heideveld en dan proberen terug te komen waar ze vandaan kwamen. Altijd begeleid door een volwassene die bij elk bosgeluid een spannend verhaal vertelt. Over vossen, uilen of witte wieven. Over een wolf. Verhalen die tot de verbeelding spreken, die ’s nachts nog leuker zijn dan overdag. Op zo’n moment wil je graag weer armen om je heen. Is dat misschien de hele bedoeling van het spel: dat je weer hand in hand of gearmd durft te lopen.

Vooroordelen
Als volwassenen vertellen we ook verhalen. Zijn die verhalen altijd leuk, spannend en verbindend? Nee, helaas niet. Wie weleens op een verjaardagsvisite terecht komt, kent de kringgesprekken waarin altijd wel een oom of tante de boventoon voert en met sterke verhalen komt illustreren hoe slecht het er met de wereld voor staat. Dat geen mens meer veilig over straat kan, dat er geen plek meer is om te wonen en dat alle zorg wegbezuinigd is. En zoals dat gaat met dit soort verhalen: iedereen doet een duit in het zakje, er ontstaat op zo’n moment makkelijk een wereldbeeld waar je niet vrolijk van wordt.

De wereld om ons heen is best complex geworden. We zijn allemaal wereldburgers en het delen van informatie gaat razendsnel. Het vormen van meningen gaat razendsnel. Het plaatsen van meningen op twitter en facebook gaat razendsnel. Waar we vervolgens onze mening bevestigd zien of verder vormen.

Ik was vroeger, en eigenlijk nog steeds, gek op de verhalen van Kikker, geschreven door Max Velthuijs. In het boek “Kikker en de vreemdeling” komt op een dag een vreemdeling in het bos wonen. Rat. Eend waarschuwt dat alle ratten dieven zijn. Ze zijn lui, brutaal en werken niet. Dat weet toch iedereen! Varkentje zegt dat ratten niet in het bos thuishoren, het zijn smerige beesten. Maar Kikker besluit zelf een kijkje te gaan nemen. En hij vindt Rat wel aardig. Rat was helemaal niet lui, hij was altijd bezig. En vies was hij ook niet, hij waste zich iedere dag in de rivier. Rat was behulpzaam, bluste het brandende huis van Varkentje en redde Haas uit de rivier. Iedereen was het erover eens, Rat mocht blijven. Ze deden veel leuke dingen samen totdat Rat besloot weer verder te trekken. ‘We zullen hem missen’, zeiden de dieren.

Het is een boek dat ik thuis heb en nog steeds graag voorlees aan mijn dochters. Het laat zien hoe snel we geneigd zijn vooroordelen te hebben. En deze te uiten met woorden die mensen pijn kunnen doen. Het laat zien dat als je verder kijkt en zelf op ontdekkingstocht gaat om je mening te vormen dit ook veel op kan leveren.

Zelf ontdekken is voor kinderen zo vanzelfsprekend, maar als we volwassenen worden lijkt het alsof we deze vaardigheid verleerd zijn. Ik vind dat we dit in de grote mensenwereld wel weer iets vaker mogen doen. Niemand houdt ons tegen om op ontdekkingstocht te gaan, om kennis te maken, van elkaar te durven leren met een open mind. Zodat we zelf actief nieuwe en andere verhalen maken. Verhalen die het ook waard zijn om verteld te worden. Niet zomaar, als spannende anekdotes over wat er allemaal niet goed gaat, maar omdat het verhalen zijn van hoop, begrip en interesse in elkaar.

Tot slot
Kinderverhalen hebben bijna altijd een dubbele boodschap: het is spannend en loopt goed af, maar wie goed luistert neemt een levensles mee. Hoe wel, of vooral niet, te reageren in situaties. Wat gevolgen zijn van je gedrag. Hoe je iemand verdrietig of juist blij kunt maken. Onze verhalen zouden dat ook moeten zijn. Laten we elkaar weer vertellen wat we meemaken op een manier alsof het een spannende gebeurtenis was. Waarin we een tweede boodschap meegeven: verhalen van onze samenleving waaruit blijkt dat het goed gaat met ons. Dat mensen elkaar nog steeds helpen, dat mensen naar elkaar om kijken. Dat buren elkaar ondersteunen, dat ouderen en jongeren elkaar opzoeken. Verhalen van hoop, waaruit we kunnen leren dat het nog steeds leuk is om buitenshuis andere mensen te ontmoeten. Laten we vooral proberen elkaar zulke verhalen te vertellen als we volwassen zijn.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *